Zo bewerk je zandgrond

Bodemstructuur is de basis voor gezonde teelt

Afgelopen seizoen is het weer pijnlijk duidelijk geworden dat een goede structuur essentieel is voor een goede groei. Door het vochtige najaar van 2017 liet de structuur te wensen over. Naast waterschade waren de gewassen door de structuurproblemen gevoeliger voor de hitte en droogte in het voorjaar en de zomer. Een goede grondbewerking, op het juiste moment, kan veel structuurproblemen voorkomen. hier beschrijf ik waar je op moet letten.

Zorg dat zandgrond vastligt bij activiteiten als planten en paden rijden. Neerslag die in deze periode valt, zakt dan sneller uit waardoor het land sneller bewerkbaar is. Als de grond vastligt, veroorzaken activiteiten op het perceel minder verdichting dan als er direct in los land begonnen wordt. Hoe doe je dat?

Ploeg met een achterschaar, waarbij de eerste omgeploegde grond wordt aangedrukt door het wiel van de trekker en de bouwvoor beter aansluit op de ondergrond. Bij een tweeschaar is een wiel op de ploeg nodig. Druk na het ploegen de grond aan met een vorenpakker. Deze bestaat uit een aantal schijven naast elkaar op een as. Deze schijven verdichten de grond in het traject 5 à 7 cm tot 12 à 15 cm min maaiveld. Hierdoor zakt neerslag sneller uit en de grond verdicht vervolgens minder snel dan bij dezelfde grondbewerking in losse grond.

Een tophoek (scherpte) van de schijf van 30° geeft ongeveer een 5 cm diepere verdichting dan een tophoek van 45°. De verdichting van enkele schijven met een diameter van 90 cm is gelijk aan die van dubbele schijven met een diameter van 70 cm. In droog zand heeft een vorenpakker een minder verdichtend effect. Door een vorenpakker direct achter de ploeg te plaatsen, wordt er toch vochtige grond naar boven gehaald en ontstaan er minder snel problemen. Tevens zijn de paden daarna minder diep en laat de grond door een betere aansluiting neerslag sneller ‘schieten’. Gebruik op slempgevoelige gronden geen vorenpakker om te voorkomen dat de grond te fijn komt te liggen.

Dek het stro zo snel mogelijk na het planten of druk het bed aan met de beddenvlakker of aandrukrol. Dit zorgt voor aansluiting van de bovenste 10 cm met de rest van de bouwvoor.

Voorkom te natte en te droge omstandigheden. Hanteer op duin- en zeezandgronden een grondwaterstand van 70-80 cm min maaiveld tijdens grondbewerking, planten en de periode tot aan vorst of tot aan het begin van de gewasverdamping. Dit heeft ook een beperkend effect op problemen als Trichodorus (ratel), Pythium en Augustaziek.

‘Doe wat nodig is onder droge omstandigheden en blijf er verder af. Hèt motto bij grondbewerking.’

 

Deze tip is afgeleid van een artikel dat ik schreef voor Greenity:

Structuur is de basis

groet,

Guus Braam, Delphy

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling:  Europa investeert in zijn platteland

Aanmelden voor onze nieuwsbrief

Colofon

Bollentelers WaterWijs is een project  van Delphy, met ondersteuning van Anne Marie van Dam Bodem en Groen